Psalm 97

Ik was een jaar of 8 en had ruzie met mijn buurjongen. We waren goede vrienden maar die dag niet. Ik weet niet meer waarom maar ik sloeg in mijn boosheid zijn bril van zijn hoofd. Het glas lag in een paar stukken op de grond. Ik zie zijn gezicht nog voor mij toen hij mij aankeek en alleen nog stamelde: Kapot! En huilend ging hij naar huis. 
Ik niet. Ik durfde niet naar huis. Niet dat mijn ouders zo streng en onrechtvaardig waren hoor, maar zo’n dure bril. Zijn ouders waren ongetwijfeld meteen naar die van mij gegaan. Hoe moest dit ooit goed aflopen? 

Psalm 97 is 1 van de koningspsalmen waarin met niet mis te verstane woorden duidelijk wordt dat God regeert. Die grootheid en heiligheid van dat koningschap wordt met nogal heftige termen beschreven: God is gehuld in wolken en duisternis, Vuur gaat voor Hem uit, vuur dat iedere vijand verteert. Bliksemflitsen schieten in het rond, de aarde die beeft, bergen die smelten als was voor de Heer. 
Als je dat leest, sta je als zondig mens toch niet meteen te popelen om de nabijheid van die God op te zoeken?  

En hoewel deze omschrijvingen van God ons helpen om Zijn heiligheid nooit te onderschatten is afstand en angst nu juist niet de boodschap van deze psalm. Nee de aarde moet volgens het eerste vers juist juichen omdat God de hoogste koning is. Waarom? Er is 1 woord dat telkens terugkomt in de psalm. Gerechtigheid. Tzaddik in het Hebreeuws. 

Doordat de Latijnse vertaling vd bijbel, de Vulgaat die veel invloed heeft gehad op ons theologisch denken, het woord telkens vertaalt met Justitia, heeft recht en rechtvaardigheid voor ons een hele juridische lading. Iemand krijgt zijn verdiende loon. Een rechtvaardig God is dan een God die ons straft voor de zonde. Daar word je niet echt rustiger van als je deze psalm leest.

Maar wanneer het gaat om Gods vergelding voor zonde en onrecht worden andere termen gebruikt in het OT. Tzaddik, rechtvaardigheid heeft een veel bredere lading. Gods rechtvaardigheid is eigenlijk altijd goed nieuws voor Zijn volk. Het betekent dat God Zich houdt aan het verbond en Verlossend optreedt wanneer mensen, in afhankelijkheid van Hem, zich nederig tot Hem keren. 

Rechtvaardigen in de psalmen en breder in het OT zijn dan ook geen mensen die zonder fouten of zonden leven, maar het zijn mensen die in hun nood en moeiten blijven vertrouwen op God en zich op Hem richten. Ze staan tegenover de goddelozen; zij die hun eigen koers varen zonder rekening te houden met God. Zo werd het geloof en het vertrouwen van Abraham hem als rechtvaardigheid (Tzaddik) aangerekend. En Abraham heeft ook echt wel de nodige fouten gemaakt. Dat geldt ook voor David, de schrijver van deze psalm. In zijn nood, in momenten van onderdrukking, maar ook van fouten en zonden keert hij zich tot die grote Koning bij wie ieder mens vreugde en verlossing mag vinden. Zo eindigt de psalm ook:
Licht is gezaaid voor de rechtvaardige, vreugde voor de oprechten van hart. 

Uiteindelijk ging ik naar huis. Daar ontdekte ik wat een verzekering is. Natuurlijk waren mijn ouders niet blij met mijn domme actie, maar mijn spijt en excuses aan mijn buurjongen maakten veel goed en alles werd vergoed. 
Misschien heb je de neiging om je voor God te verstoppen, juist wanneer het mis gaat in je leven. Dan worden de beelden van een boze God die wraakzuchtig is uitvergroot. Maar juist op die momenten mag je je wenden tot de Rechtvaardige om dan te ontdekken dat Gods liefde en genade altijd zullen overwinnen in het leven van hen die ten alle tijden durven te vertrouwen op Hem.