Psalm 81

Lees Psalm 81.

Ik ben niet boos, ik ben teleurgesteld. Een gevleugelde, maar beladen uitspraak die je in opvoed-situaties weleens hoort. Als ouders wil je je kinderen leren het goede te doen en het slechte te laten. En je wilt óók dat ze weten waarom! Je hoopt dat het ‘innerlijk kompas’ van je kinderen scherp wordt: dat ze vanuit hun geweten bewuste keuzes maken; het goede liefhebben en het slechte haten. Natuurlijk is dat een leerproces, met veel vallen en opstaan. Geen enkel kind – èn geen enkele volwassene – doet het altijd goed.


Hoe reageer je dan verstandig als opvoeder? Het helpt al als je dít feit onder ogen ziet, en geen volmaaktheid verwacht. Als er ruimte is voor fouten. Zie correctie als bijsturen, als káns om in een goed gesprek die ethiek te ‘verinnerlijken’. Iemand die inziet waaróm iets goed of verkeerd is groeit op tot een gewetensvol mens. Iemand die alleen maar hoort dát iets ‘moet’ of juist ‘niet mag,’ wordt een wettisch mens of een schijnheilige.

Opvoeden is steeds opnieuw afwegingen maken. Wanneer laat je iets even gáán? Waar maak je wél een punt van? Soms wordt je boos, geef je straf. Soms bereik je met een beetje humor veel meer. Soms word je als ouder eerder verdrietig dan boos. Ik weet dat ík dat als kind veel erger vond! Boosheid duurde meestal maar kort, maar wéten dat ik iemand verdrietig had gemaakt – dát deed me echt wat!

In deze Psalm voedt God zijn volk op. Asaf opent met de oproep om God te prijzen. Dat is een opdracht, een voorschrift – een heilige roeping! Of zoals het Engelse Book of Common Prayer verwoordt: ‘our duty and our joy.’ Asaf herinnert het volk er ook aan waaróm – maar dán wordt hij in de rede gevallen: God zélf neemt het woord met ‘onvermoede woorden’.

Net als bij de ‘Tien Woorden’ wijst Hij naar de exodus: Ik ben de HEER, je God, die je wegleidde uit Egypte. Dáárom vereer je geen andere goden. God is je Redder; laat je niet knechten door nietswaardige afgoden van hout, steen of goud. God bevrijdde je uit de slavernij; laat je dan niet opnieuw tot slaaf maken – van geld en materialisme, van egoïsme en zondige begeerten.

God ‘vermaant’ zijn volk. Hij voedt op en corrigeert. Maar het wérkt niet! ‘Mijn volk luisterde niet, Israël wilde niet van Mij weten.’ En wat doe je dan, als Opvoeder? God kiest uit een breed palet aan opvoedingsstrategieën. Hij waarschuwt; Hij is lang geduldig. Soms wordt Hij boos, woedend. Dan straft Hij. Regens blijven uit, een oogst mislukt, of vijanden plunderen het land. Maar hier kiest God iets anders: ‘Toen liet ik hen begaan,’ zegt Hij.

Dat is geen onverschillige reactie. Het is een intens droevige verzuchting: ‘Ach, wilde mijn volk maar horen, wilde Israël mijn wegen maar volgen.’ Je hóórt de emotie. God is eerder verdrietig dan boos. Intens teleurgesteld. Hij kan wel janken!

Hij heeft zijn kinderen bevrijd. Hij heeft ze gezegend met goede geboden, die hen leren léven in vrijheid. Hij heeft ze ‘opvoeders’ gegeven: de thora, priesters, profeten. Een ‘land van melk en honing,’ waar ze veilig en in voorspoed konden leven. Met grote vaderlijke zorg gaf Hij alles – en nóg gaat het mis! Nóg doen we niet wat Hij zegt! Nóg schenden we zijn geboden!

‘Ach, wilde mijn volk maar horen, … wilden ze mijn wegen maar gaan.’ Luisteren en wandelen. Dát zijn de grootste opdrachten die God ons geeft. ‘Luister, Israël: de HEER, uw God is de Enige. Heb de HEER, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht.’ Luister. Hou van God! En: wándel op zijn wegen, zoals Micha schrijft: ‘nederig te wandelen met uw God.’

‘Ach, wilden jullie het maar!’ verzucht God: ‘Dán zou ik jullie voeden met de edelste tarwe, jullie spijzigen met honing uit de rots.’ Dáármee eindigt de Psalm. Een vreemd slot. Je hoort niks over de uitkomst. Het einde ligt open. En juist dát zet de Psalm onder hoogspanning. God zit alleen, aan een rijk gedekte tafel, met brood en honing. Brood, gemaakt van de edelste tarwe – van die ene Graankorrel, die in de aarde viel en stierf om veel vrucht voort te brengen.

Alles staat klaar! Nu wordt ons antwoord gevraagd. Luister. Heb de HEER, je God, lief. Eet met Hem, wandel met Hem. De spannende vraag is: komen zijn kinderen aan tafel? Kom jij? Kom ik aan tafel, vandaag? Neem een moment van gebed. Schuif bewust bij Hem aan tafel. Proef en geniet de goedheid van de HEER. En luister! Wie weet hoor je nog onvermoede woorden.