Psalm 79

We lezen vandaag Ps.79 helemaal

Hoe lang nog? Deze vraag, deze uitroep, keert regelmatig terug in de Psalmen. Hoe lang nog Heer? Hoelang nog moet ik wachten? Hoe lang nog voordat U antwoord geeft? En direct komt dan bij mij het refrein naar boven van het nummer ‘40’ van de Ierse band U2, een bewerking van Psalm 40, maar waarbij in het refrein de woorden terugkeren en blijven hangen: ‘How long.. how long.. how long..’. Deze woorden hebben alles te maken met wachten. Geduld oefenen. Hoe lang nog Heer?


Het opschrift schrijft de Psalm toe aan Asaf, maar gezien de tijd gaat het hier waarschijnlijk om een zoon van Asaf. De specifieke context van de Psalm is die van de verwoesting van de tempel in Jeruzalem en kunnen we dateren zo rond het jaar 586 v.Chr. als bij de 3e en laatste inval van de Babyloniërs Jeruzalem en de tempel worden vernietigd. In later tijden kan de Psalm ook goed worden toegepast op eenzelfde gebeurtenis in het jaar 70 n. Chr. als Jeruzalem en de tempel opnieuw verwoest worden, maar dan door de Romeinen. De Psalm is overduidelijk een klaagpsalm. Het ‘waarom’, ‘hoe lang nog’ en het geklaag over de omringende volken laten dit zien. Klagen. Je zou zeggen dat past goed bij ons Nederlandse volkje. Want wij zijn ook zo goed in klagen. Over het weer, over de buren, over de politiek, over voetbal, noem het maar op en wij weten wel iets om over te klagen. En toch is klagen bij God anders. Toch is de opbouw van deze klaagpsalm anders. Er zijn terugkerende kenmerken in te vinden en deze kenmerken geven vorm én inhoud aan de klacht. Het gaat dan in deze Psalm om een nationaal protest of klacht in de eerste zeven verzen (:1-7) en om een gebed om vergeving in de laatste zes verzen (:8-13).

Klacht (79:1-7). In beeldende bewoordingen, expliciet, wordt de situatie beschreven: ‘Lijken blijven liggen, dienen als aas; het vlees als voedsel voor wilde dieren; bloed vergoten als water’. Het heiligdom van God is ontwijd, verwoest. De dienaren van God zijn vermoord. En ja, het is oordeel – profeet na profeet had hiervoor gewaarschuwd. God is een heilig God en we moeten hem uiterst serieus nemen. Dat het volk Israël dit niet deed betekende een ballingschap, invallen en verwoesting. Maar toch… bij het lezen van deze verzen of bij het zien van dergelijke beelden wat mensen elkaar aan kunnen doen komt de vraag, of beter: de uitroep ‘Hoe lang nog Heer?’ prominent naar voren. We mogen klagen bij God. Niet op z’n Nederlands, maar klagen over onrecht, protesteren over de ellendige staat waar deze wereld zich in bevindt. Doen we dat nog: klagen bij God? Protesteren over onrecht? Vragen of God recht wil spreken? Het eerste gedeelte van deze Psalm laat ons zien dat het mag. En dan niet alleen over onze eigen situatie, onrecht wat ons of mij is aangedaan. Nee, nationaal, internationaal. Bidden, smeken, klagen, protesteren en vragen of God een einde wil maken aan het onrecht wat er momenteel gaande is in de wereld. Hoe lang nog moet het duren?

Vergeving (79:8-13). Maar.. dit is niet het enige. Het tweede gedeelte van de Psalm laat zien dat het klagen en protesteren hand in hand gaat met zelfreflectie en dan heel concreet het gebed om vergeving. Er is besef van zonde. Er is besef van verkeerde keuzes en de consequenties hiervan. En deze zelfreflectie, deze vraag om vergeving, maakt dat er ruimte komt om voor God te verschijnen. Voor God verschijnen… Dat is de prachtige positie die we in en door Christus hebben ontvangen. En niet alleen een positie, maar tegelijkertijd voorrecht en verantwoordelijkheid. Vanuit de ontvangen genade in Christus mogen ook wij, persoonlijk en als kerk, ruimte voor God innemen om te klagen, te protesteren. Maar altijd vanuit een houding van verootmoediging, nederigheid, een diep besef van vergeving.

Rond 586 v. Chr. werd de tempel verwoest en ontheiligd. Dienaren van God vermoord, bloed vergoten. In het jaar 70 na Chr. werd de tweede tempel verwoest en ontheiligd. Vanuit het NT weten we dat God niet woont in een stenen en door mensenhanden gemaakt gebouw. Door de HG woont Hij in iedere gelovige persoonlijk. Door de HG woont Hij in het collectief van zijn gemeente, zijn kerk. In zijn alomtegenwoordigheid is God aanwezig op deze aarde. En als we eerlijk zijn en eerlijk kijken, hoeveel verwoesting vindt er dan op dit moment niet plaats? Lichamen die geschonden worden, kerken die leeglopen, de aarde die opgebruikt wordt?
Misschien wordt het tijd om onze knieën te buigen, onze handen te vouwen en uit te roepen: ‘Hoe lang nog Heer? (…) Help ons, God bevrijd ons, tot eer van uw roemrijke naam...’ (vers 5a, 9a).