Psalm 63

Psalm 63 lees ik in zijn geheel.

Bij het lezen van deze psalm moet ik denken aan de Oekraïners in het buitenland, die zeggen: Ik kan niet hier blijven. Ik moet terug naar mijn land om het te verdedigen. Veel van hen keren op dit moment uit een redelijk veilig leven vrijwillig terug om te vechten tegen het Russische leger. Ze weten dat er een reële kans is om daar te sneuvelen. Er is een liefde, een loyaliteit, een innerlijke drijfveer, die groter is dan de neiging tot zelfbehoud en veiligheid.


In de psalm van David van vandaag is er geen hulpgeroep naar God om hem uit zijn situatie te verlossen. Ook al is het leven in de woestijn dor en droog, en ervaart hij een diep verlangen naar God. De beeldspraak is gelijk aan die van psalm 42 van de Korachiet, maar de toon is anders, volstrekt niet depressief. David mist God, maar niet als iemand, die God niet kent. Hoe de vervulling van dat verlangen voelt, staat nog heel vers in het geheugen van David gegrift.

David, als een gerijpte man Gods, weet wat het is om zo’n diep geluk te ervaren in de nabijheid van God. In de meest intieme momenten van zijn leven, heel persoonlijk, in de nacht, op bed, herinnert hij zich die eenheid met God. Zo’n moment dat alles klopt, dat niets ter wereld kan tippen aan wat hij dan voelt, terwijl hij Gods naam fluistert.

Uw liefde is meer dan het leven, Davids verlangen naar die liefde is groter dan zijn behoefte het leven te behouden. Hij is -ouder geworden- de betrekkelijkheid van al dat najagen van bezit en land en de eigen positie gezien. Hoe het leven verloopt maakt niet meer uit, zelfs de dood schrikt niet meer af. Zo klampt hij zich aan God vast.

De geloofstaal van deze psalm laat zien, dat er naast de breuken ook continuïteit is tussen het Oude en het Nieuwe Testament. De woorden van David zijn niet anders dan die van Paulus, als deze schrijft`; mijn leven is Christus en het sterven gewin. Zoals Paulus verlangt om verenigd te zijn met Christus, zo verlangt David naar God. Deze psalm werd in de vroege Griekse kerk dagelijks als morgenpsalm gezongen. En in de Armeense kerk behoort ze nog steeds tot de liturgie van de communieviering.

Wie niet zo geloofszeker is of ten prooi aan twijfel, kan misschien juist vervreemding voelen bij deze intieme geloofstaal. Maar in het Hebreeuwse woord vastklampen zit een schat verborgen. Het is hetzelfde woord dat beschrijft hoe de Moabitische Ruth zich vastklampt aan Naomi en zegt: jouw land is mijn land en jouw God is mijn God. Ruth kende Jahweh, de God van Israël niet. Maar zij had het geloof van Naomi gezien en daarin -ondanks alle verdriet en verlies- iets gezien wat haar krachtig naar een leven vol hoop trok. Toen ik een aantal jaren geleden in een diepe geloofscrisis verkeerde, waren er mensen in de gemeente, die tegen mij zeiden: zolang jij niet kunt geloven, dat God je nabij is, geloven wij voor jou. Dat deden ze niet een dag, of een week, maar jarenlang. Soms heb je het zelf niet, de geloofservaring, de geloofskracht, de geloofsvreugde. Maar dan kun je je vastklampen aan een ander, om als het ware met geleend geloof toch verder te kunnen. Dat er in al onze gemeenten zulke gelovigen mogen zijn!

In de wildernis van deze dagen, waarin zoveel mensenlevens op het spel staan, is Gods liefde het anker, waarop we rustig kunnen blijven en doen wat nodig is, wat er ook gebeurt. Laten we ons aan Hem en elkaar vastklampen, in het besef dat zijn liefde beter is dan het leven.