Psalm 59

We lezen vandaag Ps.59 helemaal

Eén van de meest beladen toespraken die ik eens moest houden was voor een groep van collega’s uit het Midden Oosten. Ik had de verhalen gehoord: over vervolging, over oorlog en verdrukking. Over bommen die insloegen in de flatgebouwen waar zij woonden of in de kerken waar zij samenkwamen. En hier was ik. Uit het vrije Westen. Gezond, gelukkig, welvarend. Niets aan de hand. Wat moest ik zeggen? Waarmee kon ik hen bemoedigen


Het opschrift van Ps.59 plaatst deze Psalm in een concrete situatie in Davids leven. Hij wordt vervolgd. Hij wordt thuis vastgehouden door Saul met als doel hem uiteindelijk te doden. En dan schrijft David deze Psalm. Hoe tekenend zijn dan die woorden die er extra bij staan: ‘op de wijs van verdelg niet’ – dat is het diepe gebed van David, dat God hem zal redden en Saul hem niet zal vermoorden, verdelgen. Maar ook: ‘een stil gebed’- alsof hardop uitgesproken woorden niet meer lukken, ze gewoonweg niet meer over je lippen komen. Maar de stilte… de stilte is rustgevend, hoopvol. In de stilte de woorden mijmerend uitspreken naar God.
Gevangenschap. Vervolging. Bang zijn om je leven te verliezen. Wat kan ik ermee, hier in het vrije Westen?

We kunnen leren van David. Voor als we zelf ooit in een dergelijke situatie terechtkomen. Of om in te leven, mee te leven en te bidden voor hen die in een dergelijke situatie zitten. David roept het uit naar God, hij roept om redding en om bevrijding. Hij benadrukt zijn eigen onschuld om duidelijk te maken hoe schaamteloos het onrecht is wat hem wordt aangedaan. De beeldspraak van zwerfhonden in de stad die tot 2x toe terugkomt in deze Psalm is overduidelijk. In de verzen 7+8 en later 15+16 zien we het beeld voor onze ogen: honden, zoekend, grommend, zwervend op zoek naar een prooi. Ze grommen, ze dwalen, ze janken, het kwijl loopt misschien wel uit hun bek. Dat is het beeld wat David schetst van zijn aanvallers. Overweldigend. Beangstigend. Wat kan je hiervan redden? Nee… Wie kan je hiervan redden?
Hier tegenover schetst David een beeld van God wat zijn vijanden vele malen overstijgt. God is de Heer van de hemelse machten. Hij is de God van Israël, de God van Jakob. Hij is de enige wiens macht uitstrekt tot aan de einden van de aarde. En dan meer persoonlijk: aan U houd ik mij vast, U bent mijn sterkte en tot 3x toe: U bent mijn burcht. Het beeld van God als burcht. Als een kasteel, een sterke vesting. Misschien heb je ooit wel eens een kasteel bezocht. Groot, imposant. Een brede en diepe gracht erom heen; hoge torens, muren van misschien wel een meter dik. Onneembaar, veilig, haast onaantastbaar. Deze God is Davids toevlucht, zijn sterkte. Hij is trouw en komt te hulp. Deze God wil ook jou sterkte zijn. Deze God gaat vandaag ook met jou mee. Wat er ook komt. Wie er ook komt. Hoeveel onrecht je ook aangedaan is of nog aangedaan wordt. Met David mogen we ons veilig weten in een God die onze burcht is, ons kasteel.

Nog altijd kijk ik terug op een prachtige ervaring: spreken voor collega’s uit het Midden Oosten. Ik sprak over hoop. En dat onze hoop zeker is in de persoon van Christus. Ik sprak over hoe Christus verlost, heilig maakt, heling geeft en uiteindelijk terug zal komen naar deze wereld om in het openbaar te regeren. Maar het belangrijkste wat ik zelf leerde kwam niet uit mijn toespraak. Het was een wijze les van mijn collega’s. Ze zeiden: ‘Wij hebben dezelfde vijand. Er is echter één groot verschil: wij zien onze vijand. Ze staan letterlijk aan onze deur. Maar jullie, in het vrije Westen, jullie zien je vijand niet. Onze vijand is nl. niet de mens die tegenover ons staat. Onze vijand is niet van vlees en bloed. Maar onze vijand is de boze, satan – diegene of datgene wat ons van God afhoudt’.
Vrij of niet vrij, onze vijand is hetzelfde. Maar belangrijker: God is dezelfde. Voor David was Hij als een burcht, een toevlucht. Dat is precies wat Hij ook voor jou wil zijn.