Psalm 47

Psalm 47

“Wie ben jij om te bepalen wanneer ik naar kantoor moet komen?” Opmerking van een medewerker aan zijn directeur. Een van de interessantere reacties op het nieuwe, hybride werken die ik laatst hoorde. Gezag wordt op veel plaatsen in twijfel getrokken. We willen zelf kunnen kiezen. We willen uit vrije wil keuzes maken, niet op gezag van een directeur, een president of een koning.


De zonen van Korach lijken daar geen probleem mee te hebben. In Psalm 47 spreken ze opgetogen over God als koning. De Psalm is een oproep aan alle volken om te klappen en te zingen voor God, omdat Hij de grote koning is over de hele aarde.

Veel Psalmen zijn een gebed: woorden tot God gericht. Psalm 47 spreekt over God en is tot de volken gericht. Ook Psalm 46 spreekt over God, maar daar staat ook een antwoord van God in: “Wees stil en erken dat ik God ben, verheven boven de volken, verheven boven de aarde.”. Onze Psalm lijkt daarop voort te bouwen: al die volken worden nu opgeroepen om God, die hoog verheven is, vol vreugde toe te zingen.

In de synagoge is Psalm 47 verbonden met het Joods nieuwjaar, Rosh Hashanah. Dat is waarschijnlijk een vrij late koppeling, die we pas in de achtste eeuw na Christus op schrift vinden. Het blazen voor de ramshoorn op Rosh Hashanah is de aanleiding voor die koppeling. God bestijgt in deze traditie de troon voor het laatste oordeel: Rosh Hashanah is ook een feest van bezinning.

Toch lijkt dat niet de kern van deze Psalm te zijn. Wat steeds weer terugkomt is de vreugde omdat God koning is, niet alleen over Israël maar over alle volken, over heel de aarde. Die vreugde hangt samen met vers 4: God kiest het erfdeel voor zijn volk, het stuk land dat hen toebehoort. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat deze psalm het meest diep beleefd is tijdens de ballingschap. Dat het een lied van verlangen is geweest – en nog kan zijn – naar het moment dat die erfenis wordt vrijgegeven.

Merk wel op dat God het erfdeel van zijn volk uitkiest, dat is niet hun eigen keuze. Daar is de psalmist dankbaar voor. We lezen nergens: ”wie bent U om dat te bepalen”? Het antwoord op die vraag is al gegeven: God is koning over alle volken, over heel de aarde. Hij heeft alle recht om dat te bepalen. Wat blijft is het verlangen dat Hij de troon bestijgt, dat hij de vorsten van de volken om zich heen verzamelt.

Een oude Joodse vertaling heeft het hier niet over “vorsten” maar over “vrijwilligers.” Het Hebreeuwse woord voor vorsten, nadib, komt namelijk van een werkwoord dat “bereid zijn” betekent, iets vrijwillig doen. God is koning, die mag alles bepalen. Maar deze koning zoek vrijwilligers. Mensen uit alle volken die er net als Abraham voor kiezen om zich door God te laten leiden. Als we ons als vrijwilliger durven te melden, zegt de Psalm, worden we schildwachters van God. Dan zet Hij ons in om anderen te beschermen en te behoeden. In Psalm 5 lazen we hoe God een schild is. Hier zien we dat wij ons beschikbaar mogen stellen voor God om een schild te zijn voor anderen.