Psalm 52

Psalm 52 lees ik in zijn geheel.

Op het eerste gezicht levert deze psalm een heerlijk eenvoudig schema van gerechtigheid. Daar kun je tenminste wat mee! De slechterik, de goddeloze, die geniet van het kwaad dat hij over anderen uitstort, door te liegen en bedriegen, die zal Gods oordeel niet ontlopen!


Er zijn wel wat namen, die we hier met genoegen zouden kunnen noemen. De grote mannen op hun troon, die niets en niemand ontziend hun macht uitoefenen ten koste van het volk: Poetin, Lukaschenko, Trump, Orban, ……. Wie ziet niet graag, dat ze van hun voetstuk vallen en uitgelachen worden door hun slachtoffers? God zelf zal je breken, je grijpen, je wegrukken uit het leven! Yes!

Maar als we dan bij vers 10 aanbelanden, waar staat: maar ik, ik ben als een groene olijfboom in het huis van God. Ik (de onschuldige, het slachtoffer), vertrouw op de liefde van God, voor eeuwig en voor altijd, hm……. Wie kan dat zo onversneden van zichzelf zeggen? Wie is er zo zuiver van hart? Wie is er zonder zonde? Wie heeft altijd de weg van de waarheid, de volledige afhankelijkheid van God gekozen?

De psalm wordt toegeschreven aan David, en wel in verband met zijn bezoekje aan het huis van de priester Achimelech. Wie zich verdiept in dat verhaal in 1 Samuel 21, voelt dat alles gaat verschuiven. David is op de vlucht voor Saul, maar doet bij de priester alsof hij als legeraanvoerder van de koning een geheime opdracht van Saul heeft. Door allerlei leugens te vertellen krijgt hij de toonbroden mee en het zwaard van Goliat. Hij ziet dat Doeg, een hoofdstaflid van Saul, hem daar heeft gezien. Koning Saul is inmiddels zo gebeten op David, dat hij de hoogste loyaliteit van zijn dienaren eist: wie niet voor mij is, is tegen mij. Dan vertelt Doeg hem wat hij heeft gezien. En vervolgens moet de priester Achimelech, die te goedertrouw heeft gehandeld en vraagt om clementie, worden geslachtofferd, aldus Saul. En niet alleen hij, maar zijn hele familie, wat? De hele priesterstad, tot kinderen en vee aan toe. Doeg is in zijn ijver om Saul te behagen grenzeloos.

Er zijn slechterikken in dit verhaal. Saul, die grenzeloos verhardt tegenover David. Doeg, die als een SSer tekeergaat. Er zijn ook onschuldige slachtoffers, de priester zelf, maar zeker ook de kinderen in de stad, die helemaal niets hebben gedaan. Er zijn ook echte helden, namelijk de paleisgarde, die Sauls opdracht om te doden weigeren. Maar er is maar ‘e’en leugenaar in dit verhaal. Dat is David. En hij weet in welke positie hij de priester heeft gebracht, want hij heeft Doeg gezien. “e’en priesterzoon, Abatjar, ontkomt aan de afslachting, vlucht naar David en vertelt hem wat er gebeurd is. En David zegt: ja, dit zag ik al aankomen. Het is mijn schuld, dat jouw familie is omgekomen.

Dus: wie is de slechterik, tegen wie David zo fulmineert in het eerste deel van de psalm? En wie is de onschuldige in het tweede deel? De commentaren weten er eigenlijk niet zo goed raad mee. De meesten ontkoppelen het opschrift en de psalm dan maar, want dat is er later aan toegevoegd. Maar er is een andere manier om deze psalm te lezen. Een manier, die recht doet aan de context en bovendien ons verlost van het al te eenvoudige schema van goed en kwaad, van goddeloos en rechtvaardig.

Zou het zo kunnen zijn, dat Davids eerste reactie ontzetting over hemzelf is? Wat heb ik gedaan???? Dat hij zichzelf te kijk zet als zogenaamde held, die toch weet, dat God hem heeft uitgekozen, en in plaats van te vertrouwen op diezelfde God, zijn toevlucht heeft gezocht in leugen en bedrog om het vege lijf te redden ten koste van onschuldige anderen? David weet dat hij de hoge roeping die God hem heeft gegeven niet heeft beantwoord. Natuurlijk is het ontzettend moeilijk, de situatie waarin hij zit. Hij is gezalfd tot koning, maar staat op dat moment verder van de troon dan ooit. Maar hij maakt het niet waar. Hij veracht zichzelf en zou het liefst dat God hem vernietigt.

Maar dan is er ook die andere stem in hem, de andere David. Die weet, dat hij geroepen is en ondanks deze uitglijder toch bestemd is om die groene olijfboom te zijn in het huis van God. David is een mens met vele kanten. Hij heeft de leugen altijd dichtbij. Dit is niet de laatste keer dat hij zich ervan bedient, er zullen er nog vele volgen. Maar deze feilbare mens keert toch altijd weer terug naar God. Blijft dankbaar dat God naar hem heeft omgezien en blijft hopen op Gods goede naam.

Wie inzoomt op een situatie van goed en kwaad, ziet dan pas de nuance. Of het nu om de Tweede Wereldoorlog gaat, of om de onafhankelijkheidsoorlog van Indonesië, of het conflict aan de Oekraïense grens, of onze eigen familieconflicten of relatieproblemen. Net als David kunnen we onszelf soms diep verwensen en verwerpen als we hebben gelogen en bedrogen om onszelf te redden. Maar we worden hier aangemoedigd om ook in onszelf die andere stem te vinden, die weet dat God ons niet verwerpt en op ons wacht totdat we terugkeren naar zijn huis, om genade en vrede te vinden.