Psalm 4

Als ik mijn zoontje naar bed breng wil hij dat de ganglamp aanblijft en de deur van zijn kamer open, zodat hij zich veilig voelt en zich beter kan overgeven aan de slaap.
Misschien herken je dit beeld. Liedteksten roepen het in ieder geval regelmatig op:
“Mama, mag het licht aan in de gang” zingt Stef Bos.
En recent kwam de band Chef’s Special met “can you leave a little light on?”
Want bij het vallen van de nacht kan er onrust opkomen.
En hoe geef je jezelf over aan de slaap, als je je niet veilig voelt?

Gevoelens van onrust en onveiligheid zijn momenteel dik gezaaid.
Het vertrouwen in de wetenschap, in de overheid en in de medeburger is laag.
Alles wat al enigszins pruttelde is door de corona-druk gaan koken.
Het leidt tot onrust, onveiligheid en conflicten in de maatschappij en in de kerk.
Dat kan gaan over de verdeling van het overheidsgeld, over vertrouwen in de wetenschap, over wel of niet vaccineren, over QR codes, over ‘echt nieuws’ of ‘nepnieuws’.


Soms loopt de breuklijn zelfs dwars door families heen.
David kan hier over meepraten.
Volgens velen schreef hij Psalm 4 in dezelfde tijd als Psalm 3: namelijk toen hij op de vlucht was voor zijn zoon Absalom.
Over onrust en onveiligheid gesproken…
Niet alleen fysiek liep David gevaar, hij werd ook bedreigd in zijn meest persoonlijke levenssfeer:
zijn eigen gezin bleek een broeinest van haat te zijn.
En toch eindigt David deze psalm met die prachtige woorden van vertrouwen,
waarin hij zelfs zegt dat hij in vrede meteen in slaap valt.
Wat is Davids geheim?

Laten we vooropstellen dat David niet stoïcijns zijn lot accepteerde.
Al in het eerste vers lezen we dat hij in zijn nood roept tot de Heer, en bidt om ruimte.

Maar, David gaat na zijn hulpkreet in één adem door met profeteren in de richting van de mensen van zijn tijd: mensen die gevoelig zijn voor het populisme van Absalom.
“Wie maakt ons gelukkig?”, vragen zij zich af.
Is dít niet een taak voor de koning, om ervoor te zorgen dat wij in vrede en welvaart kunnen leven? Als deze koning hier niet in slaagt, wat is dan nog zijn bestaansrecht?

“Wie maakt ons gelukkig?”, de eis om gelukkig te zijn is vandaag misschien wel harder dan ooit.
Dus wee je ouders en je partner als ze jou niet gelukkig maken.
Voor veel mensen vandaag is het een soort burgerrecht, gelukkig zijn.
En net als met andere burgerrechten, moet de overheid hier voor zorgen.
En in het land van “you only live once” is de verantwoordelijkheid van de overheid daarin ook nog ultiem.

Overigens, in de ogen van velen slaagt de overheid er behoorlijk in.
Want al toen we met onze eerste teen uit de coronacrisis aan leken te kruipen, klonken er onmiddelijk loftrompetten over de economie waar het zo goed mee ging.
Koren en wijn in overvloed!

En tóch is er die onrust in ons land.
Tóch is er die onvrede richting de overheid.
Tóch liggen er mensen wakker over hoe het verder moet.

David houdt ons met Psalm 4 een spiegel voor: geluk is geen recht, maar een geschenk van God.
En iedereen die gelukkig wil worden buiten God om, tast in het duister.
Kijk vandaag eens in deze spiegel.
En kijk daarna eens naar de overheid, en naar jouw economische positie.
Moeten zíj voor jouw geluk zorgen?
Wat kan je nou redelijkerwijs van hen verwachten?

Het is belangrijk dat je hier een goed antwoord op kan geven!
Want zodra je hun macht en vermogen overschat, ben je gedoemd om onrustig wakker te liggen.

Vertrouwen op de Heer daarentegen … dat is leven in het licht.
Dan schijnt het licht van Zijn gelaat op je.
Gaandeweg ontdek je dat Hij een vreugde kan geven die je nergens anders kan vinden.
Als je overdag leeft in dit licht, dan gloeit de gang van jouw leven ‘s avonds nog na.
Dan blijft het licht aan in de gang.