Psalm 28

Ik kom oorspronkelijk uit Friesland waar een lange traditie bestaat van het zoeken naar Kievitseieren. Dat zoeken beperkt zich overigens niet tot Friesland. Ieder jaar weer lezen we in maart het nieuws dat ergens in het land het eerste kievitsei gevonden is.
Nu is het rapen ervan sinds enige jaren verboden. Sterker nog, er is een groeiende aandacht voor wat we weidevogelbescherming noemen. Veel vogels leggen eieren op landbouwgrond en er gaan nogal wat nesten ongewild verloren door agrarische activiteiten. Dat wordt meer en meer voorkomen doordat boeren en vrijwilligers nesten markeren zodat ze beschermd worden wanneer er met grote machines gemaaid, geploegd of geoogst wordt. Vaak wordt er een soort van kooitje over het nest geplaatst. En dat is maar goed ook. De meeste nesten vallen namelijk helemaal niet op.

Dit beeld is op meerdere manieren passend bij psalm 28.
David is hier in nood en voelt zich klein en kwetsbaar.
Deze psalm begint dan met een gebed, een smeekbede naar God die aangeroepen wordt, maar blijkbaar al een tijd zwijgt. En dat raakt aan een universeel thema: Ziet God mij wel? Heeft Hij wel echt oog voor mij en mijn situatie? Als God zwijgt kun je je heel erg klein en alleen voelen. David zegt zelfs: als U blijft zwijgen Heer ben ik niet beter af dan de doden. Dan is mijn leven uitzichtloos.
Als U blijft zwijgen, word ik een dode met de doden in het graf.

De psalm begint dus met een smeekbede dat God hem ziet én ingrijpt in zijn situatie.

Maar daar stopt Davids bezorgdheid niet. Zijn tweede angst is namelijk dat God wel zal ingrijpen, maar dan niet alleen het werk van de goddelozen af zal breken, maar daarbij als het ware als een niets ontziende maaimachine geen oog zal hebben voor het individu en ook het goede zal treffen, zoals vers 3 het zegt:
Heer, ruk mij niet weg mét de kwaadwillenden.

Het is maar al te herkenbaar voor mensen, ook voor vandaag. Door het kwaad dat we om ons heen zien, kunnen we zomaar in beide geestelijke valkuilen trappen. God hoort mij niet of, ik voel mij zo klein en kwetsbaar als een vogelnestje in hoog gras. God zal in Zijn handelen geen oog voor mij hebben. Maar al te vaak spreek ik in pastorale gesprekken mensen die bang zijn voor de laatste dingen. Zal God mij wel redden? Ben ik wel echt gemarkeerd met het bloed van Jezus? Of ga ik ten onder met deze wereld?

Het is Jezus zelf die ons een ander perspectief biedt op dit thema. In Matteus 13 spreekt Hij een gelijkenis uit over hoe dat nu zit met het goed en het kwaad in deze wereld en het blijkt dat God ze samen laat opgroeien. In de gelijkenis wordt een vraag gesteld:

“Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” 28Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij het onkruid weghalen?” 29Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. 30
Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Haal eerst het onkruid weg, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’”’

Het leert ons dat God niet altijd in het hier en nu ingrijpt. Juist om te voorkómen dat het goede weggerukt wordt samen met het kwade. Gods zwijgen betekent niet dat Hij geen oog voor ons heeft. God geeft ons de gelegenheid om te groeien, sterk te worden in ons geloof en vrucht te dragen. Pas helemaal op het einde, wanneer het tijd is voor de grote oogst, zal éérst het onkruid, het kwaad, uitgerukt worden en verbrand. Daarna zal het graan bijeen gebracht worden. God heeft oog voor het individu. In de evangelien zien we dan ook dat Jezus juist oog heeft voor het kleine en kwetsbare.

Het lijkt dan alsof het besef dat God van Zijn kinderen houdt en hen zal bewaren, ondanks de soms moeilijke omstandigheden waarin zij leven, ineens tot David doordringt:
De Heer zij geprezen. Hij heeft mijn smeekbede gehoord. De Heer is mijn kracht en mijn schild.

En zijn vernieuwde zekerheid werkt dan als een getuigenis voor al Gods kinderen
De Heer is de kracht van Zijn volk, Een burcht van redding voor Zijn gezalfde.

Een burcht van redding. Een beschermende kooi. Weet dat jouw leven, eenmaal in de handen van Jezus gelegd, voor de eeuwigheid geborgen is. Wat er ook gebeuren zal.