Psalm 8

De wereld ligt aan onze voeten. We kunnen steeds meer spullen online bestellen en steeds sneller in huis hebben. Vaak dezelfde dag nog.
In september 2020 wijdde de VPRO een uitzending van Tegenlicht aan online shoppen. Specifieker: aan ons retourgedrag bij dat online shoppen.
Want als een besteld product ons niet bevalt, sturen we het gratis terug. De klant is immers koning. Sterker nog: een eigenaresse van een kleine webshop noemt in de aflevering dat klanten geen genoegen meer nemen met de titel koning. Klanten willen als keizer behandeld worden.
En die positie wordt door ons klanten flink uitgebuit, want in de uitzending nemen we een kijkje achter de schermen en zien we wat wij met zijn allen tegenwoordig terug durven te sturen:

Gebruikte stofzuigers, nog half walmende frituurpannen en kleding, vooral heel veel kleding. Soms omdat de maat niet goed is of de kleur niet bevalt. Soms komen kledingstukken duidelijk gedragen weer terug.
Ik schrok wel even toen ik zag dat een groot deel van die kleding wordt vernietigd, omdat dat nu eenmaal goedkoper is dan schoonmaken en opnieuw inpakken.
En of de klant nu koning of keizer is, hij wordt zo bewust of onbewust steeds meer op een voetstuk geplaatst.

In psalm 8 neemt de mens ook een bijzondere positie in. Deze psalm is een scheppingspsalm en het wordt vaak gezegd dat de mens de kroon is op de schepping. En Hij zag dat het zeer goed was. Je zou ook bijna naast je schoenen gaan lopen als je leest wat er allemaal over de mens wordt gezegd in deze psalm.
Hij is immers bijna god, zij is bekleed met glans en glorie, hij mag heersen over de werken van Gods handen en alles ligt aan haar voeten…. Wat een positie! De wereld aan onze voeten.

Toch voel je wel aan dat de psalm ons uitnodigt om een spade dieper te gaan. Het grote plaatje van psalm 8 laat ons namelijk een genuanceerder beeld zien. Het begint en eindigt met dezelfde woorden: Heer onze Heer, hoe machtig is UW naam op heel de aarde.
Alle woorden van de psalm krijgen zo hun plaats binnen het kader van de belijdenis dat God de Allerhoogste is. Hij is de Schepper van de hemel, maan, sterren, het heelal dat wij met de beste telescopen nooit zullen kunnen overzien. Wat God gemaakt heeft is al te groot voor ons om te kunnen bevatten, laat staan de Maker zelf.
De psalmist zet de mens naast die Schepper en beschouwt het dan als een wonder dat God Zijn gedachten naar ons kleine mensen uit laat gaan en voor ons wil zorgen.
En dan volgt die prachtige opsomming van wie de mens is. Daarin zien we hoe geliefd en gewild wij zijn door God. Je leest er bijna in dat die hele schepping gemaakt is voor ons om over te heersen. We zien in ieder geval dat God ons een belangrijke plaats binnen de wereld heeft gegeven.

Maar dan opnieuw het grote plaatje van de psalm. Vergeet niet dat dit de eerste én enige psalm is die in zijn geheel tot God gericht is.
Zelfs wanneer met zoveel mooie woorden gesproken wordt over de mens die bijna gelijk is aan God, zijn het woorden die God willen eren. Al die glans en glorie waarmee de mens gekroond is, mag afstralen op haar Maker.
En dus ook al het werk dat uit de handen van de mens komt, mag uiteindelijk een getuigenis worden van de grootheid van die Machtige God.

Dus wanneer we lezen dat God alles aan onze voeten heeft gelegd, wordt in deze psalm niet zozeer een troon gebouwd voor de mens als koning of keizer, maar wordt onze positie en verantwoordelijkheid duidelijk: De mens die gemaakt is naar het beeld van God heeft alles in huis om het werk van Zijn handen te doen.

Dat gaat niet over heersen zoals koningen en keizers dat doen. Al vanaf de schepping is duidelijk dat het hier over iets anders gaat. Wanneer God de mens in de hof van Eden zet in genesis 2, dan lezen we dat de mens die tuin mag bewerken en onderhouden. Dat onderhouden komt van het Hebreeuwse woord Samar, dat ergens over waken of, met zorg beschermen betekent.

In de schepping is de mens geen koning, dat is God zelf. Wij mogen van de schepping genieten, erin leven en ervan leven. Maar we mogen de schepping niet uitbuiten, niet uitputten of gaan overheersen.

Er zijn veel theologen die misschien wel terecht zeggen dat niet de mens maar de Sabbat de kroon van de schepping is. De dag waarop God rust en geniet van alles dat gemaakt is en in de kern goed is.

Het Joodse volk kende niet alleen de sabbat, maar ook het Sabbatsjaar. Het 7e jaar waarin schulden werden kwijtgescholden, land werd teruggegeven en de natuur de kans kreeg om ook tot rust te komen en te herstellen.

Een sabbatsritme door God ingesteld die Hij zelf nodig had om te rusten. Het mag voor ons een heel duidelijk signaal zijn dat wij als mensen en de hele schepping met ons daar ook niet zonder kunnen.

God eren in deze snelle maatschappij kan echt. Het betekent wel dat we ons leven regelmatig herijken en opnieuw stellen temidden van die grote belijdenis: Heer onze Heer, hoe machtig is Uw naam op heel de aarde.

Het betekent ook regelmatig een Sabbat nemen waarin we onszelf en onze omgeving rust geven. Soms in geestelijke zin, door even een dag of een paar dagen geen schermpjes of socials. Soms heel praktisch bijvoorbeeld een jaar geen nieuwe kleren te kopen omdat onze kast al vol hangt. Door niet iedere dag vlees te eten of….  door een tijd geen pakketjes te bezorgen die we eigenlijk helemaal niet nodig hebben.